Juzz Amma

De interpretatie van de betekenissen van
de Nobele Qor`aan (Deel 30)

door Mohammed aboe `Oebaydillaah Brinkman.



Soerah An-Nabâ (Het Grote Nieuws) –78- Deze Soerah is Mekkaans

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Wat is het waar zij (de polytheïsten) elkaar over vragen?
2. Over het grote Nieuws,
(i.e. Islaamitisch Monotheïsme, de Qor`aan, dat wat de profeet gebracht heeft en de Dag der Opstanding).
3. Waarover zij van mening verschillen.
4. Nee, zij zullen het te weten komen.
5. Nogmaals nee, zij zullen het te weten komen.
6. Hebben Wij de aarde niet als een rustplaats gemaakt,
7. En de bergen als palen
8. En Wij hebben jullie in paren geschapen
(man en vrouw, lang en kort, goed en slecht).
9. En we hebben jullie slaap als rust voor jullie gemaakt.
10. En Wij hebben de nacht als een bedekking gemaakt
(door zijn duister),
11. En Wij hebben de dag als tijd voor het zoeken van levensvoorziening gemaakt.
12. En Wij hebben zeven sterke
(hemelen)
boven jullie gebouwd.
13. En Wij hebben een
(licht-, warmte-) gevende kandelaar (de zon)
gemaakt. 14. En Wij hebben uit de regenwolken rijkelijk water neergezonden.
15. Zodat Wij daarmee graan en vegetatie te voorschijn halen.
16. En dichtbegroeide tuinen.
17. Voorwaar, de Dag der Onderscheid is op een vastgestelde tijd.
18. De Dag waarop er op de Bazuin geblazen zal worden, en jullie in een menigte aan zullen komen.
(groep na groep). -Tafsier At-Tabarie-
19. En de hemel zal geopend worden, en zij zal (verschillende)
poorten hebben.
20. En de bergen zullen van hun plaatsen wegbewogen worden, en zijn alsof zij een fatamorgana waren.
21. Voorwaar, de Hel is een hinderlaag.
22. Een terugkeer voor de Tâghîen
(diegene die de vastgestelde grenzen van Allaah overschrijden zoals polytheïsten, ongelovigen in de Eenheid van Allaah, hypocrieten, zondaars, criminelen),
23. Zij zullen daar voor eeuwig verblijven.
24. Zij zullen daar niets koels, noch iets te drinken proeven.
25. Behalve kokend water, en pus
(vanuit hun wonden, gemengd met hun zweet en tranen).
26. Een exacte vergelding (voor hun slechte daden).
27. Voorzeker, zij hadden niet naar een afrekening uitgekeken.
28. Omdat zij Onze Ayât
(bewijzen, argumentatie, verzen, lessen, tekenen, openbaringen, en dat wat Onze profeet heeft gebracht)
geheel ontkenden.
29. En Wij hebben alle zaken in een boek genoteerd.
30. Dus proeft
(het resultaat van jullie slechte daden)!
Wij zullen jullie van niets vermeerdering geven behalve van foltering.
31. Voorwaar, voor de Muttaqôen
1 zal er een succes zijn
(Het Paradijs);
32. Tuinen en druiven (bomen en vruchten van het Paradijs) -Al-Baghawie-
33. En jonge volborstige (maagden)
gezellinnen gelijk in leeftijd.
34. En een gevulde
beker (met wijn).
35. Geen Laghw (vals, slechte praat)
noch leugens zullen zij daar horen.
36. Een beloning van jouw Heer, een volledige verdiende gift
(aan de hand van hun beste daden),
2
37.
(Van)
de Heer der Hemelen en de Aarde, en wat er tussen beide is, de Meest Barmhartige, Wie zij niet zomaar kunnen aanspreken (op de Dag der Opstanding behalve met Zijn toestemming).
38. De Dag dat Ar-Ruh [Djiebriel (Gabriël) of een andere engel]
en de engelen in rijen zullen staan, zij spreken niet behalve met degene aan wie de Meest Barmhartige (Allaah) toestemming verleent, en wie correct (i.e de getuigenis van La Ilaaha Illa Allaah –niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve Allaah) heeft gesproken. -Al-Baghawie-
39. Dat is (zonder twijfel)
de Dag der Waarheid. Laat daarom wie wil, een plaats bij (of een weg naar) zijn Heer zoeken (door Hem in dit leven te gehoorzamen)!
40. Voorzeker, Wij hebben jullie gewaarschuwd voor een nabije bestraffing! De Dag dat de mens zal zien wat zijn handen hebben voortgebracht (zijn daden), en de ongelovige zal zeggen: “O jammerlijk! Was ik maar stof!”


1 (Voetnoot.78:31) Moettaqôen: betekent vrome en geloofsvolle personen die Allaah oprecht vrezen (zich onthouden van alle soorten zonden en slechte daden die Hij Verboden heeft) en veel van Hem houden (alle soorten daden uitvoeren die Hij Geboden heeft).
2
(Voetnoot.78.36)
a) Islaam doet al de voorgaande slechte daden te niet, en de emigratie (omwille van Allah) en de Hajj (bedevaart naar Mekkah) e.d. doen dat ook. [Sahieh Moslim].
b) Wat er is overleverd in verband met de suprioriteit van een persoon die de Islaam volkomen oprecht accepteert is: Op gezag van Aboe Sa’ied Al-Khoedrie : de Boodschapper van Allaah heeft gezegd:
“Wanneer een persoon oprecht de Islaam aanvaardt, zal Allaah al zijn voorgaande zonden vergeven. Daarna begint de afrekening: de beloning voor elke goede daad zal tien tot zevenhonderd maal vermenigvuldigt worden, en een slechte daad zal genoteerd worden zoals het is, behalve als Allaah hem vergeeft.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 41]. Op gezag van Aboe Hoerayrah: de Boodschapper van Allaah heeft gezegd: “Als iemand zijn Islaam verbetert (strikt volgt), dan zullen zijn goede daden tien tot zevenhonderdmaal per goede daad beloont worden, en een slechte daad zal genoteerd worden zoals het is.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 42].




Soerah An-Naazie’aat (Degene Die -de zielen- Uitrukken) -79- Deze Soerah is Mekkaans.


In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste

1. Bij degenen (engelen) die (de zielen van de ongelovigen en de ellendigen) er met groot geweld uitrukken.
2. Bij degenen
(engelen) die (de zielen van de gelovigen)
er zacht uittrekken.
3. En bij de snel volbrengenden
(i.e. engelen).
4. En bij diegenen die vooruitgaan zoals in een wedstrijd (i.e. de engelen of de sterren of de paarden).
5. En bij de engelen die ervoor zorgen dat de Bevelen van hun Heer worden uitgevoerd.
6. Op de Dag
(wanneer er voor de eerste keer op de Bazuin geblazen wordt), dat de aarde en de bergen geweldadig zullen beven (en iedereen sterft).
7. De tweede blaas op de Bazuin volgt (en iedereen zal ter Opstanding gebracht worden).
8. (Sommige)
harten zullen op die Dag bonzen van vrees en verontrusting.
9. Hun ogen zullen neergeslagen zijn van angst.
10. Zij zullen zeggen: “Zullen wij inderdaad in
(onze)
vorige levens- staat worden teruggebracht?
11. “Zelfs nadat onze beenderen kruimels zijn geworden?”
12. Zij zeggen: “Het zal in die situatie, een verliesgevende terugkeer zijn!”
13. Doch, er zal maar een enkele Zajirah zijn
[gil (i.e. de tweede blaas op de Bazuin)], (Zie vers 37:19).
14. In één blik, vinden zij zichzelf levend op het aardoppervlak na hun dood.
15. Heeft het verhaal van Moesa
(Mozes)
jouw bereikt?
16. Toen zijn Heer hem riep in de heilige vallei van Toewa.
17.
(En tegen hem Zei:) Ga naar Fir’auwn (de Farao); voorwaar, hij is buitensporig (met misdaden, zonden, polytheisme, ongeloof e.d).
18. En zeg tegen hem: “Wil jij jezelf zuiveren (van de zonde van ongeloof door een gelovige te worden)?”
19. En zal ik je tot jouw Heer leiden, zodat jij Hem kan vrezen?”
20. Daarna liet hij
(Moesa) hem de grote tekenen zien (Wonderen).
21. Maar (Fir’auwn) loochende en gehoorzaamde niet.
22. Hij keerde zijn rug toe, strijdend (tegen Allaah).
23. Toen verzamelde hij (zijn mensen) en schreeuwde luid.
24. Hij zei: “Ik ben jullie heer, de hoogste.”
25. En dus overompelde Allaah hem met een bestraffing voor zijn laatste3 en eerste
4 overtreding. -Tafsier At-Tabarie-
26. Voorwaar, hieruit valt een lering te trekken voor degene die Allaah vreest.
27. Is de schepping van jullie, of die van de hemel die Hij gebouwd heeft moeilijker?
28. Hij verhief haar hoogte, en vervolmaakte haar.
29. Hij bedekt haar nacht
(met duisternis), en maakte haar ochtend (met licht).
30. En daarna spreidde Hij de aarde uit.
31. En bracht daaruit haar water en haar gewas tevoorschijn.
32. En de bergen heeft Hij stevig vast gemaakt,
33.
(Als)
voorziening en gunst voor jullie en voor jullie vee.
34. Maar wanneer de Overweldigende Catastrofe plaatsvindt
(i.e. de Dag der Opstanding).
35. Op Die Dag zal de mens zich herinneren waarvoor hij zich inspande.
36. En het Hellevuur zal voor
(iedereen) met het blote oog te zien zijn. -Ibn Kethier-
37. Dan zal voor degene die buitensporig was (in ongeloof, opstandigheid, en slechte daden van ongehoorzaamheid aan Allaah).
38. En de voorkeur gaf aan dit wereldse leven.
39. Voorzeker, het Hellevuur zal zijn bestemming zijn.
40. Maar wat betreft degene die
(de Dag dat hij voor zijn Heer zal staan)
vreesde, en zichzelf onthield van onreine duivelse lusten en begeerten.
41. Voorwaar, het Paradijs is zijn bestemming.
42. Zij vragen jou
(O Mohammed)
over het Uur – op welk tijdstip zal het gebeuren?
43.
(Terwijl)
jij geen kennis hiervan bezit.
44. Tot jouw Heer behoort
(de kennis van)
het termijn daarvan.
45. Voorzeker jij
(Mohammed) bent alleen maar een waarschuwer voor diegene (die het laatste Uur) vreest. -Ash-Showkaanie-
46. De Dag dat zij het zullen aanschouwen, zal het zijn alsof zij slechts een namiddag of een ochtend (in deze wereld) verbleven.

3 (Voetnoot. 79:25) Laatste: i.e. zijn uitspraak: “Ik ben jou heer, de meest hoge.” (Zie vers 79:24).

4 (Voetnoot. 79:25) Eerste: i.e. zijn uitspraak: “O aanvoerders! Ik weet niet dat jullie een andere god dan mij hebben.” (Zie Vers 28: 38).

Soerah ‘Abasa (Hij Fronste) -80- Deze Soerah is Mekkaans.


In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. (De Profeet) fronste en wendde zich af.
2. Omdat de blinde man naar hem toe kwam
(i.e. ‘Abdoellah bin Oemi Maktoom , die bij de Profeet kwam toen hij, één of een aantal hoofden van Qoraish naar de Islaam uitnodigden)
.
3. En wat doet jou weten dat hij niet gezuiverd zal worden
(van zijn zonden)
.
4. Of hij kan vermaning ontvangen, en de vermaning baat hem?
5. Maar wat betreft diegene die zichzelf behoefteloos waant
(voor Islaamitisch Monotheïsme door zijn rijkdom).
6. Aan hem leg je het voor: -Ibn Kethier-

7. Wat kan het jou deren als hij zichzelf niet zuiverd
(van ongeloof; jij bent alleen maar een boodschapper, jou taak is de Boodschap van Allaah doorgeven).
8. Maar wat betreft diegene die gesneld naar jouw toekwam,
9. En hij vreest
(Allaah en Zijn Bestraffing)
.
10. Aan hem schenk je geen aandacht, maar je richt je attentie naar een ander,
11. Nee,
(doe dit niet) voorwaar dit (deze Qor`aan)
is een Vermaning.
12. Laat wie het wil er een lering uit trekken.
13.
(Het is) bijgehouden op Bladen (groots) in eer (Al-Lowh Al-Mahfoedh)
.
14. Verheven
(met edelheid)
, en gereinigd,
15. In de handen van schrijvers
(engelen)
.
16. Eervol en gehoorzaam
(Godsvrezend)
.
17. Vervloekt is de
(ongelovige-kafir)
mens! Hoe ondankbaar is hij!
18. Waaruit heeft Hij hem
(deze kafir)
geschapen?
19. Hij heeft hem Geschapen van Notfah
(mannelijke en vrouwlijke spermadruppels) waarna (Hij)
hem de juiste verhoudingen gaf.
20. Daarna vergemakkelijkte Hij voor hem het Pad.
21. Vervolgens laat Hij hem sterven en begraven.
22. En wanneer Hij het Wil, zal Hij hem
(weer)
opwekken.
23. Nee, hij
(de mens)
heeft niet gedaan wat Hij hem beveelde.
24. Laat de mens dan naar zijn eten kijken:
25. Wij laten rijkelijk water neerstromen
(regen)
.
26. En dan doen Wij de aarde splijten
(door het uitkomende gewas). (Of, Wij doen de aarde openploegen)
.
27. En dan doen Wij daarin granen groeien,
28. En druiven en gras.
(i.e groen weidegras voor het vee). -Ash-Showkaanie-

29. En olijven en palmbomen
(voor verse, gerijpte en droge dadels) -Ibn Kethier-
30. En volgegroeide tuinen met vele
(palm) bomen.
31. En vruchten en weidegras.
32.
(Als)
een voorziening voor jullie en jullie vee.
33. Als dan de Sâaggah
(de tweede blaas op de Bazuin op de Dag der Opstanding)
komt.
34. Die Dag zal een mens van zijn broer vluchten.
35. En van zijn moeder en zijn vader.
36. En van zijn vrouw en zijn kinderen.
37. Iedereen zal op die Dag genoeg
(zorgen) hebben en geen medeleven voor anderen (willen, kunnen) tonen. -Ash-Showkaanie-
38. Sommige gezichten zullen die Dag stralende zijn (oprechte gelovigen in Islaamitisch Monotheïsme)
.
39. Lachend, verblijd over het goede nieuws
(van het Paradijs)
.
40. En andermans gezichten zullen op die Dag met stof bedekt zijn.
41. Als door een duisternis omhuld.
42. Zij zullen de Kafarah
(ongelovigen in Allaah, en Zijn Eenheid, en Zijn Boodschapper Mohammed ), en de Fajarah (zondaars) zijn.


Soerah At-Takwier (Opgerold en Zijn Licht Verloren) -81- Deze Soerah is Mekkaans.


In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.


1. Wanneer de zon opgerold wordt en haar licht verloren gaat (en ten val komt).5
2. En wanneer de sterren vallen.
3. En wanneer de bergen weggehaald
(gerukt)
worden.
4. En wanneer de drachtige
(zwangere) kamelen linksgelaten worden (door toedoen van de geweldige aanschouwing van die Dag). -Ash-Showkaanie-
5. En wanneer de wilde dieren verzameld worden.
6. En wanneer de zeeën als een laaiend Vuur worden
(of overvloeien).
7. En wanneer elke ziel verenigd wordt met zijn gelijke (alle Joden bij elkaar, alle Christenen bij elkaar, alle Vuuraanbidders bij elkaar enz.). -Ibn Khethier-
8. En wanneer het levend begraven meisjesbaby (wat een gewoonte was bij de heidense Arabieren) ondervraagd zal worden.6
9. Voor welke zonde zij vermoord werd.
10. En wanneer de
(geschreven) bladen [van (goede of slechte) daden van een persoon)] opengeslagen worden.
11. En wanneer de hemel opengehaald wordt en van zijn plaats weggenomen wordt. -Ash-Showkaanie-
12. En wanneer het Hellevuur ontstoken wordt.
13. En wanneer het Paradijs nabij gebracht wordt.
14. (Dan) weet elke ziel wat zij gepresteerd heeft (van goed of slecht).
15. Waarlijk, Ik (Allaah) Zweer bij de terugkerende sterren (i.e. zij verdwijnen op de dag en verschijnen in de nacht).
16. En bij de sterren die snelbewegen en ondergaan.
17. En bij het verspreiden
(of het vertrekken) van de nacht. -Ibn Kethier-
18. En bij het gloren van de ochtend.
19. Voorwaar, dit is het Woord
(deze Qor`aan is gebracht door) een meest edele Boodschapper [Djiebrîel (Gabriël), van Allaah naar de Profeet Mohammed].
20. Bezitter van kracht, (en op een hoge positie) bij (Allaah),
de Heer van de Troon.
21. Hij
(Jibrîel (Gabriël)] wordt gehoorzaamd (door de engelen in de hemel) en is betrouwbaar.
22. En (O mensen) jullie compagnon (Mohammed) is
niet gestoord.
23. En voorzeker heeft hij
(Mohammed) hem [Djiebrîel (Gabriël)] aan de heldere horizon gezien (in de richting van het oosten).
24. En hij (Mohammed) houdt de kennis van het onwaarneembare niet achter (de Openbaring). -Ash-Showkaanie-
25. En het (de Qor`aan) is niet het woord van de verbannen Shaitân (Satan).
26. Waar gaan jullie dan heen?
27. Voorwaar, dit
(deze Qor`aan) is niets meer dan een Vermaning naar (de gehele) ‘Alemien (mensheid en djinn).7
28. Voor wie onder jullie recht (geleid)
wil lopen.
29. En jullie kunnen niets willen behalve als
(het zo is dat) Allaah het ook Wil de Heer van de ‘Alemien (mensheid, djinn en alles wat bestaat).

5 (Voetnoot. 81:1) Op gezag van Aboe Hoerayrah: de Profeet heeft gezegd: “ De zon en de maan zullen op de Dag der Opstanding in één gerold worden (of samengeperst worden of van hun licht ontdaan worden).” [Zie de Qor`aan (V. 75:9)] [Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 3200].

6 (Voetnoot.81:8) Op gezag van Al-Moeghairah bin Shu’bah: de Profeet heeft gezegd: “Voorwaar, Allaah heeft het voor jullie verboden om: (1) ongehoorzaam te zijn tegenover jullie moeders, (2) jullie dochters levend te begraven, (3) de rechten van anderen niet te betalen (i.e. aalmoezen) en (4) om de hand op te houden (i.e. te bedelen). En Allaah Verafschuwd voor jullie: (1) zinloze en nutteloze praatjes (zoals; “Heb je gehoord? Hij heeft gezegd! Enz.) (2) te veel vragen (redetwisten over het geloof), en (3) bezit verspillen (door zonder na te denken overdreven veel uit te geven).” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 2408].

7 (Voetnoot.81:27)

1) Op gezag van Aboe Hoerayrah: de Profeet heeft gezegd: “Er was geen Profeet onder de Profeten behalve dat (Allaah) hem wonderen heeft laten verrichten waardoor mensen zekerheid kregen of geloofden. Maar voorwaar, wat ik van Allaah heb gekregen is Goddelijke Revelatie. Ik hoop dus dat mijn volgelingen meer in aantal zullen zijn dan de volgelingen van andere profeten op de Dag der Opstanding.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 7274].

2) Het is een verplichting om te geloven in het Profeetschap van de Boodschapper (Mohammed). Op gezag van Aboe Hoerayrah: De Profeet heeft gezegd: “Bij Degene in Wiens Hand Mohammeds ziel ligt; er is niemand van deze (tegenwoordige naties), of hij nou Jood of Christen is, die van mij hoort, en daarna overlijdt en niet in datgene gelooft waarmee ik gestuurd ben (i.e. Islaamitisch Monotheïsme), alleen dat hij een van de bewoners van het (Helle) Vuur zal zijn!” [Sahieh Moslim, het Boek van Geloof]. 


Soerah Al-Infitaar (De Splijting) -82- Deze Soerah is Mekkaans.


In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Wanneer de hemel gespleten wordt.
2. Wanneer de sterren vallen en versplinteren.
3. En wanneer de zeeën in elkaar overlopen.
-Ibn Kethier e.a. -
4. En wanneer de graven ondersteboven gehaald worden (en de doden eruit gegooid worden).
5. (Dan) zal een persoon weten wat hij vooruit heeft gezonden en (wat hij heeft) achtergelaten (van goede en slechte daden).
6. mens (heid)!
Wat heeft jullie zorgeloos gemaakt over jullie Heer, de Meest Edele?
7. Diegene Die jullie Geschapen heeft, vervolmaakte en vervolgens de juiste verhoudingen gaf.
8. In welke vorm Hij ook Wilde Hij heeft jou samengesteld.
9. Nee! Jullie ontkennen de Dien
(i.e. de Islaam, of de Dag der Vergelding) - Ash-Showkaanie-
10. Maar waarlijk, er zijn bij jullie (engelen die opgedragen zijn om) over jullie te waken.8
11. Kiraaman (Edelbaar) Kaatiebien schrijven zij (jullie daden) op.9
12. Zij weten alles wat jullie doen.
13. Voorwaarlijk, de Abraar
(de vromen en oprechten) zullen in gelukzaligheid (het Paradijs)
verkeren.
14. En voorzeker, zullen de Foedjaar
(de ongelovigen, polytheïsten, zondaars en slechterikken) in een laaiend Vuur (de Hel)
vertoeven.
15. Zij zullen daarin gaan, en de brandende vlammen op de Dag der Vergelding proeven.
16. En zij
(de Foedjaar)
zullen daarvan nooit afwezig zijn.
17. En wat doet jou weten wat de Dag der Vergelding is?
18. Nogmaals, wat doet jou weten wat de Dag der Vergelding is?

19. (Op die) Dag zal niemand de kracht hebben om iets voor een ander te doen, en de Beslissing, die Dag, is (geheel en al) bij Allaah.

8) (Voetnoot. 82:10) Op gezag van Aboe Hoerayrah: de Profeet heeft gezegd: “Engelen wisselen elkaar dag en nacht af, en verzamelen zich op de tijd van het Fajr en Asr gebed. Daarna stijgen diegenen die met jullie overnacht hebben op naar Allaah, Die hen vraagt (terwijl Hij het antwoord beter Weet dan hen): “Hoe hebben jullie Mijn slaven achtergelaten?” Zei antwoorden en zeggen: “Wij hebben hen verlaten terwijl zij in gebed waren, en wij hebben hen ontmoet terwijl zij in gebed waren.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 3223] 

9) (Voetnoot. 82:11) Wie zich voorneemt om een goede of slechte daad te verrichten. Op gezag van Ibn ‘Abbaas: de Profeet bericht over zijn Heer en heeft gezegd: “Voorwaar, Allaah heeft Geboden (de engelen die over jou zijn aangesteld) dat goede en slechte daden genoteerd worden, en Hij heeft daarna (de manier) duidelijk gemaakt hoe (er geschreven moet worden). Wanneer iemand zich voorneemt om een goede daad te verrichten maar het toch niet doet, zal Allaah voor hem een volledige goede daad (op zijn rekening) bij Hem schrijven. Wanneer hij zich echter voorneemt om een goede daad te verrichten en het daarna daadwerkelijk uitvoert, dan zal Allaah voor hem (op zijn rekening) bij Hem (zijn gelijke beloning) van tien tot zevenhonderd maal opschrijven, tot vele keren meer. En wanneer iemand zich voorneemt om een slechte daad uit te voeren en het toch niet doet, dan zal Allaah een volledige goede daad (op zijn rekening) bij Hem opschrijven. En wanneer iemand zich voorneemt om een slechte daad uit te voeren en het doet, dan zal Allaah een slechte daad opschrijven (op zijn rekening).” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 6491]. 

Soerah Al-Moetaffifien (Degenen die zwendelen en bedriegen) -83- Deze Soerah is Medienees.


In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste

1. Wee de Moetaffifien (diegenen die zwendelen met maten en gewichten)!
2. Degenen die wanneer zij mensen voor zich laten wegen de volle maat eisen.
3. Maar wanneer zij voor
(anderen)
mensen moeten afmeten of afwegen, geven zij te kort.
4. Weten zij dan niet dat ze opgewekt zullen worden
(voor Vergelding), -Al- Baghawie-
5. Op een Geweldige Dag?
6. De Dag dat
(alle) mensen voor de Heer der ‘Alemien (mensheid, jinn en alles wat bestaat)
zullen staan.
7. Nee! Waarlijk, het Verslag
(van daden) van de Foedjaar (ongelovigen, zondaars, slechterikken, zwendelaars ect.) is (opgemaakt) in Siedjien (Verslag in de Hel). -Ash-Showkaanie-
8. En wat doet jou weten wat Siedjien is?
9. Een volgeschreven Verslag.
10. Wee, die Dag de loochenaars!
11. Degenen die de Dag der Vergelding loochenen.
12. En niemand kan die Dag loochenen behalve elke buitensporige zondaar
(in ongeloof, onderdrukking en ongehoorzaamheid aan Allaah).
13. Wanneer Onze Verzen (de Qor`aan) aan hem voorgelezen worden zegt hij (dit is niets anders dan):
“Verzinsels van de vroegeren!”
14. Nee! Maar over hun harten is Râan
(een afscherming door zonden en slechte daden). Door wat zij gewoon waren te doen.10

15. Nee! Voorzeker, de (kwaaddoeners) zullen die Dag van het kijken naar hun Heer afgescheiden zijn. -Ibn Kethier-
16. Vervolgens zullen zij zeker het laaiende vuur van de Hel binnengaan (en het Vuur proeven).
17. Daarop wordt er tegen hen gezegd: “Dit is wat jullie loochenden!”
18. Nee! Waarlijk, het Verslag
(van daden) van de Abraar (de vromen, oprechten en gehoorzamen) is (opgemaakt) in ‘Illieyien (het Paradijs).
19. En wat doet jou weten wat ‘Illieyoen is?
20. Een volgeschreven Verslag.
21. Waarvoor de nabije
(bij Allaah, i.e. de engelen) getuigen.
22. Waarlijk, Al-Abraar (de vromen, oprechten en gehoorzamen) zullen in gelukzaligheid (het Paradijs)
verkeren.
23. Op sofa’s kijken zij toe.
24. Aan hun gezichten merk je de straling van gelukszaligheid op.
25. Hen wordt pure verzegelde
(niet-intoxcerende)
wijn geschonken.
26. Het laatste van
(die wijn) zal de geur van Musk zijn, laat hiervoor de wedijveraars (met elkaar) wedijveren (i.e. haastig en snel naar de gehoorzaamheid van Allaah).
27. Het (de wijn)
zal gemengd zijn met Tasniem:
28. Een bron waarvan degenen in nabijheid van Allaah drinken.
29. Waarlijk, lachten degenen die zondigden over de gelovigen
(gedurende het wereldse leven).
30. En wanneer zij aan hen voorbijgingen, wenkten zij naar elkaar (spottend).
31. En wanneer zij terugkeerden naar hun volk, keerden zij grapmakend terug.
32. En wanneer zij hen zagen, zeiden zij: “Voorwaar, zij zijn werkelijk dwalend.”
33. Maar zij
(ongelovigen, zondaars)
zijn niet als bewakers over hen gezonden.
34. En op deze Dag
(de Dag der Opstanding) zullen de gelovigen de ongelovigen uitlachen.11
35. Op sofa’s, kijken zij toe.
36. Zijn de ongelovigen
(nu niet volledig) vergolden
voor wat zij gewoon waren
te doen.

10 (Voetnoot. 83: 14) Op gezag van Aboe Hoerayrah: de Profeet heeft gezegd: “Wanneer een slaaf (een persoon) een zonde verricht (een slechte daad) dan wordt er een zwarte stip op zijn hart geplaatst. Als hij vervolgens deze slechte daad (zonde) laat, Allaah om vergiffenis vraagt, en berouw toont, dan zal zijn hart gezuiverd worden (van die hart bedekkende stip). Wanneer hij echter deze slechte daad herhaalt, dan zal de bedekking van zijn hart vermenigvuldigen totdat zijn hart compleet bedekt is (met zwarte stippen). Dit is de Rân die Allaah beschrijft (in de Qor`aan). “Nee! Maar over hun harten is Rân (een afscherming door zonden en slechte daden). Door wat zij gewoon waren te doen.” [At- Tirmidhie, Hadieth Nr. 3334].

11 (Voetnoot. 83: 34) Overgeleverd door Qatadah (ibn Doe’aamah) dat Anas ibn Maalik zei: Een man zei, “O Profeet van Allaah! Is het zo dat Allaah de ongelovige (kaafir) op de Dag der Opstanding op zijn gezicht tot wederopstanding zal brengen? Hij zei: “Is Degene die hem in deze wereld op zijn voeten heeft doen lopen niet in staat om hem op de Dag der Opstanding op zijn gezicht te laten lopen?” (Qatadah zei: “Ja, Bij de Macht van onze Heer!”) [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 4760].

Soerah Al-Inshiqaaq (De Uiteenvalling) -84- Deze Soerah is Mekkaans.


In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Wanneer de hemel uiteenvalt.
2. En zij haar Heer gehoorzaamt en luistert. En zij moet dat doen.
3. En wanneer de aarde uitgespreid wordt.
4. En uitspuwt wat in haar was en zich ledigt.
5. En zij haar Heer gehoorzaamt en luistert. En zij moet dat doen.
6. O mens! Waarlijk, jij zult terugkeren naar jou Heer met jouw daden en handelingen
(goed of slecht), een zekere terugkeer, en je zal (het resultaat van je daden), bij je Heer ontmoeten. -Ibn Kethier-
7. Wat betreft diegene die zijn verslag in zijn rechterhand krijgt.
8. Hij zal werkelijk met een lichte afrekening berekend worden.
9. En zal verheugd naar zijn familie
(in het Paradijs) terugkeren. -Ash- Showkaanie-
10. Maar wat betreft degene die zijn verslag achter zijn rug wordt gegeven.
11. Hij zal om
(zijn eigen)
vernietiging smeken,
12. En hij zal het laaiende Vuur binnengaan, en zijn verbrandingen zal hij proeven.
13. Voorwaar, bij zijn volk was hij verheugd.
14. Waarlijk, dacht hij dat hij nooit zou terugkeren
(naar Ons)!
15. Ja! Voorzeker, zijn Heer was altijd over hem (en zijn daden)
gewaar!
16. Dus Ik
(Allaah)
zweer bij de rode gloed na de zonsondergang.
17. En bij de nacht en wat hij omhult met zijn duisternis.
18. En bij de maan, wanneer zij vol is.
19. Jullie zullen voorzeker fase na fase doorgaan
(in dit leven en in het Hiernamaals).
20. Wat is er met hen aan de hand, dat ze niet geloven?
21. En wanneer de Qor`aan voor hen gereciteerd wordt dan, knielen zij niet neer.
[Neerknielings Vers!]
22. Nee, degenen die ongelovig zijn ontkennen (de profeet Mohammed en alles wat hij gebracht heeft, i.e. deze Qor`aan en Islaamitisch Monotheïsme).12
23. En Allaah Weet het beste wat zij verbergen. (En wat zij van goede en slechte werken verzamelen.) -Ash-Showkaanie-
24. Verkondig hun (de ongelovigen)
dan een pijnlijke straf.
25. Behalve degenen die geloven en vrome werken verrichten, voor hen zal er een eeuwig durende beloning zijn
(i.e. het Paradijs).

12 (Voetnoot. 84:22) Het is een verplichting om te geloven in het Profeetschap van de Boodschapper (Mohammed ). Op gezag van Aboe Hoerayrah: de Profeet heeft gezegd: “Bij Degene in Wiens Hand Mohammeds ziel ligt; er is niemand van deze (tegenwoordige) naties, of hij nou Jood of Christen is, die van mij hoort, en daarna overlijdt en niet in datgene gelooft waarmee ik gestuurd ben (i.e. Islaamitisch Monotheïsme), alleen dat hij een van de bewoners van het (Helle) Vuur zal zijn!” [Sahieh Moslim, het Boek van Geloof].


Soerah Al-Boeroedj (De Grote Sterren) -85- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Bij de hemel waarin zich grote sterren bevinden.13
2. En bij de beloofde Dag (i.e. de Dag der Opstanding).
3. En bij de Dag die getuigt (i.e.vrijdag), en bij de Dag waarvoor getuigt wordt [i.e. de dag van ‘Arafah (Hadj) de negende van Dhul-Hidjah];
4. Vervloekt zijn de mensen van de kuil (kuilgravers, in het verhaal van de jongen en de koning).14
5. Van het vuur met zijn brandhout.
6. Toen zij erbij
(het vuur)
zaten.
7. En aanschouwden wat zij de gelovigen aandeden
(i.e. hen verbranden).
8. Zij begingen geen fout, behalve dat zij in Allaah geloofden, de Almachtige, de Geprezene.
9. Diegene van Wie het domein van de hemelen en de aarde is. En Allaah Getuigt over alles.
10. Waarlijk, degenen die de gelovige mannen en de gelovige vrouwen beproeven
(door hen te folteren en te verbranden), en daarna geen vergiffenis vragen (aan Allaah en hun zonden laten), voor hen is de pijniging van de Hel, en voor hen is de straf van verbranding. -Ibn Kethier-
11. Waarlijk, degenen die geloven en vrome en oprechte daden verrichten, voor hen zijn er Tuinen (het Paradijs)
waar rivieren onderdoor stromen. Dat is de Grote Zegeviering.
12. Voorzeker,
(O Mohammed) de Overweldiging (straf) van jou Heer is onverbiddelijk en pijnlijk.

13. Waarlijk, Hij is Degene Die begint (de bestraffing) en herhaalt (de bestraffing in het Hiernamaals) (of begint de schepping van alles, en herhaalt het op de Dag der Opstanding).
14. En Hij is Meest Vergevensgezind, Liefdevol (tegenover de vromen die daadwerkelijk geloven in Islaamitisch Monotheïsme).
15. Bezitter van de Troon, de Meest Vrijgevige.
16. (Hij) Voert uit wat Hij Zich dan ook Voorneemt (of Wil).
17. Heeft het verhaal van de soldaten jou (O Mohammed) bereikt?
18. Van Fir’auwn (Farao) en Thamoed?
19. Nee! De ongelovigen (volharden) in loochening (van Mohammed en zijn Boodschap van Islaamitisch Monotheïsme).
20. En Allaah Omvat hen van achteren! (i.e. al hun daden zijn bekend bij Hem, en Hij zal hen voor hun daden Belonen).
21. Nee! Dit is een Nobele Qor`aan.
22.
(Geschreven) op Al-Lowh Al-Mahfoedz (De Bewaarde Lei).

13 (Voetnoot.85:1) (Over de) Sterren, Qatadah (ibn Doe’aamah) reciteerde de Uitspraak van Allaah: “En Wij hebben de dichtsbijzijnde hemel gesierd met lampen (sterren),” en zei: “Er zijn drie redenen voor de schepping van deze sterren; i.e.als siering van de hemel, als voorwerpen om op de satans te werpen, en als wegwijzers (voor reizigers). Wanneer wie dan ook een andere interpretatie hiervoor probeert te zoeken, dan begaat hij een fout en verspeelt zijn inzet, en bemoeilijkt het zichzelf door bezig te zijn met dat wat buiten zijn gelimiteerde kennis omgaat.” [Sahieh Al-Boechaarie, Het Boek van het Begin van de Schepping, Inleiding Hoofdstuk 3].

14 (Voetnoot. 85:4) Het verhaal van de Jongen (‘Abdoellah ibn Thaamir) en de Koning (Dhoe Noewaas): Op gezag van Soehaib: Allaahs Boodschapper heeft gezegd: “Onder de mensen voor jullie was er een koning, die een tovenaar had. Toen de tovenaar oud werd zei hij tegen de koning: “Ik ben nu oud geworden, dus stuur mij een jongen die ik (de kunst van) tovenarij kan onderwijzen!” Hij (de koning) stuurde een jongen naar hem toe die hij kon gaan onderwijzen. Telkens wanneer de jongen op weg naar de tovenaar ging kwam hij een monnik tegen waar hij bij ging zitten en naar luisterde, en hij bewonderde zijn uitspraken. Wanneer hij vervolgens aankwam bij de tovenaar, gaf deze hem een pakslaag. Dus klaagde hij hierover bij de monnik die daarop tegen hem zei: “Wanneer je de tovenaar vreest zeg dan tegen hem: “ Mijn familie heeft mij bezig gehouden!” En wanneer je jouw familie vreest zeg dan tegen hen: ‘De tovenaar heeft mij bezig gehouden!” Zo ging de jongen (een tijdje) door. Totdat hij (op een dag) een geweldig groot beest op de (hoofd) weg tegen kwam, die het onmogelijk maakte voor de mensen om langs hem heen te gaan. De jongen zei (tegen zichzelf): “Vandaag zal ik weten wie er beter is de tovenaar of de monnik!” Hij raapte een steen op en zei: ‘O Allaah, als de daden en handelingen van de monnik geliefder bij U zijn dan de daden en handelingen van de tovenaar dood dan dit beest zodat de mensen kunnen passeren! Hij gooide de steen en doodde het beest en de mensen konden weer (gewoon) passeren. Toen hij bij de monnik kwam en hem berichtte over wat er voorgevallen was, zei de monnik tegen hem: “O mijn zoon! Jij bent vandaag de dag beter dan mij, en hebt bereikt wat ik zie! Voorwaar, jij zult beproeft worden! Wanneer ze je dan eventueel beproeven vertel hen dan niets over mij!” De jongen genas mensen die leden aan blindheid, lepra en andere ziekten. Een blinde hoveling van de koning vernam over (de daden van ) de jongeman, en zocht de jongen op met een hele hoop giften en zei tegen hem: ‘Als jij mij kunt genezen zijn al deze giften voor jou!’ De jongen zei: “Ik kan niemand genezen! Degene Die Geneest is Allaah (alleen)! Als jij in Allaah gelooft en Hem aanroept dan zal Hij jouw genezen. Hierop geloofde de hoveling in Allaah, waaop Allaah hem genezing gaf. Hij ging terug naar de koning en zat bij hem zoals hij dat normaal gesproken ook altijd deed. De koning zei tegen hem: ‘Wie heeft jou weer ziende gemaakt?’ De hoveling zei: ‘Mijn Heer.’ De koning zei: ‘Heb jij behalve mij een andere heer?’ Hij zei: ‘Mijn Heer en jouw Heer is Allaah!’ Waarop de koning hem gevangen nam en hem zo’n verschrikkelijk foltering gaf totdat hij verklapte waar de jongen zich bevond. Daarop werd de jongen gehaald en voor de koning gebracht, waarna hij tegen hem zei: ‘O mijn zoon!’ Jouw (kennis van) tovenarij heeft je zover gebracht dat je de blinden en leprapatienten geneest en dit en dat uitvoert!’ waarop de jongen zei: ‘Ik genees niemand, Degene Die Geneest is Allaah (alleen)!’ Waarop de koning hem gevangen nam en hem zo’n verschrikkelijk foltering gaf totdat hij verklapte waar de monnik zich bevond. Daarop werd de monnik gehaald en voor de koning gebracht, er werd tegen hem gezegd: ‘Laat jouw religie los (pleeg apostasie)!’ Maar hij weigerde te aposteren, waarna de koning beval om een zaag (te halen), en deze op het middelste van zijn schedel te plaatsen en hij gezaagd werd totdat hij in twee stukken neerviel. Daarna werd de hoveling gehaald en voor de koning gebracht, er werd tegen hem gezegd: ‘Laat jouw religie los (pleeg apostasie)!’ Maar hij weigerde te aposteren, waarna de koning beval om een zaag (te halen), en deze op het middelste van zijn schedel te plaatsen en hij gezaagd werd totdat hij in twee stukken neerviel. Daarna werd de jongen gehaald en voor de koning gebracht, er werd tegen hem gezegd: ‘Laat jouw religie los (pleeg apostasie)!’ Maar hij weigerde te aposteren, waarop de koning een aantal van zijn hovelingen beval om de jongen naar die en die berg te brengen en met de jongen op de bergtop te klimmen en te kijken of hij zijn geloof verlaat, en als hij dat niet doet, gooi hem dan van die berg af! De hovelingen namen de jongen mee en klommen met hem de berg op, waarop de jongen Allaah aanriep en zei: ‘O Allaah redt mij van hen zoals U Wilt?’ Waarna de berg begon te beven en de hovelingen allen vielen, en de jongen lopend terug naar de koning ging. De koning zei tegen hem: ‘Wat hebben jouw metgezellen gedaan? De jongen zei: ‘Allaah heeft me van hen gered!’ Waarop de koning een aantal van zijn hovelingen beval om de jongen mee te nemen en hem in een kleine boot midden op de zee te brengen en te kijken of hij zijn geloof verlaat, en als hij dat niet doet werp hem dan in de diepte!’ De hovelingen namen de jongen mee naar de zee, (en toen ze op de afgesproken plek aankwamen) toen riep hij Allaah aan en zei: ‘O Allaah redt mij van hen zoals U Wilt?’ Waarop de boot omsloeg en zij allen verdronken. Vervolgens kwam hij lopend terug bij de koning. De koning zei tegen hem: ‘Wat hebben jouw metgezellen gedaan? De jongen zei: ‘Allaah heeft me van hen gered,’ en zei verder tegen de koning: ‘Jij kan mij toch nooit doden totdat je mij gehoorzaamt in wat ik beveel!’ De koning zei: ‘En dat is?’ De jongen zei: ‘Verzamel alle mensen op een open veld en kruisig mij dan op de stam (van een boom), neem daarna een pijl uit mijn pijlenkoker, span de pijl in de boog en zeg: ‘In de Naam van Allaah de Heer van deze jongen, en schiet dan.’ De pijl raakte de slaap van het hoofd van de jongen, waarop hij zijn hand over zijn slaap op de plek van de pijl heen deed en stierf. Daarop zeiden de mensen: ‘Wij geloven in de Heer van de jongen!’ ‘Wij geloven in de Heer van de jongen!’ ‘Wij geloven in de Heer van de jongen!’ Er kwamen een aantal (hovelingen) naar de koning en zeiden tegen hem: ‘Is dat niet hetgene waar je bang voor was?’ Bij Allaah! Hetgene waar je bang voor was is je overkomen, de mensen zijn (in Allaah) gaan geloven.’ Hierop beval de koning om diepe kuilen bij de ingangen van de wegen te graven, en het werd uitgevoerd. Daarna werd er in die kuilen vuur ontstoken en de koning beval dat een ieder die geen apostasie (van zijn religie) pleegt in de brandende kuilen gegooid moet worden, en zo werd het uitgevoerd. Totdat er een vrouw met haar baby aan de beurt was en terugdeinsde om in het vuur te springen, waarop haar baby tegen haar zei (sprak): ‘O moeder! Wees geduldig, want voorwaar, u bent op de Waarheid,’ (Waarop zij haarzelf samen met haar kind in de kuil wierp om met de martelaren in het Paradijs te zijn).” [Sahieh Moslim Arb.Versie Hadieth Nr. 7511 Eng.Versie Hadieth Nr. 7148]

Soerah At-Taariq (De Nachtkomer) -86- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Bij de hemel, en At-Taariq (de nachtkomer, i.e. de verlichtende ster);
2. En wat doet jou weten wat At-Taariq (nachtkomer) is?
3. (Het is)
de straalheldere ster;
4. Er is geen menselijk wezen alleen dat er een beschermer over hem
(of haar) is (i.e. engelen die aangesteld zijn bij ieder persoon als beschermers over hem, en zijn goede en slechte daden opschrijven).15
5. Laat de mens er daarom over nadenken waar hij van geschapen is. -Ash- Showkaanie-
6. Hij is geschapen van spuitend water.
7. Dat komt van tussen de lende en de ribben.
8. Waarachtig,
(Allaah) is bij Machte om hem terug (tot leven)
te brengen!
9. De Dag dat alle geheimen
(daden, gebeden, vasten) worden beproefd (op hun oprechtheid).
10. Dan heeft hij geen kracht (overzichzelf) noch enige helper (van buitenaf). - As-Sa’die-
11. Bij de lucht (waar zich dikke regenwolken in bevinden)
die keer op keer regent.
12. En bij de aarde die opensplijt
(door de ontspruiting van bomen en planten).
13. Voorwaar, (deze Qor`aan) is een onderscheidend Woord (tussen de Waarheid en het valse, Hij beveelt de mensen strikte wetten om daarmee de wortels van het slechte af te snijden).
14. En Het is geen grappenmakerij (maar bloedserieus). -Ibn Kethier e.a. -
15. Waarlijk, zij beramen een complot (tegen jou O Mohammed).
16. En Ik Beraam (ook een)
plan.
17. Geef daarom de ongelovigen een uitstel voor een korte periode.
-Ash- Showkaanie e.a. -

15 (Voetnoot. 86:4) a) Wie zich voorneemt om een goede of slechte daad te verrichten: Op gezag van Ibn ‘Abbaas: de Profeet bericht over zijn Heer en heeft gezegd: “Voorwaar, Allaah heeft Geboden (de engelen die over jou zijn aangesteld) dat goede en slechte daden genoteerd worden, en Hij heeft daarna (de manier) duidelijk gemaakt hoe (er geschreven moet worden). Wanneer iemand zich voorneemt om een goede daad te verrichten maar het toch niet doet, zal Allaah voor hem een volledige goede daad (op zijn rekening) bij Hem schrijven. Wanneer hij zich echter voorneemt om een goede daad te verrichten en het daarna daadwerkelijk uitvoert, dan zal Allaah voor hem (op zijn rekening) bij Hem (zijn gelijke beloning) van tien tot zevenhonderd maal opschrijven, tot vele keren meer. En wanneer iemand zich voorneemt om een slechte daad uit te voeren en het toch niet doet, dan zal Allaah een volledige goede daad (op zijn rekening) bij Hem opschrijven. En wanneer iemand zich voorneemt om een slechte daad uit te voeren en het doet, dan zal Allaah een slechte daad opschrijven (op zijn rekening).” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 6491].  b) Op gezag van Aboe Hoerayrah: de Profeet heeft gezegd: “Engelen wisselen elkaar dag en nacht af, en verzamelen zich op de tijd van het Fajr en Asr gebed. Daarna stijgen diegenen die met jullie overnacht hebben op naar Allaah, Die hen vraagt (terwijl Hij het antwoord beter Weet dan hen): “Hoe hebben jullie Mijn slaven achtergelaten?” Zei antwoorden en zeggen: “Wij hebben hen verlaten terwijl zij in gebed waren, en wij hebben hen ontmoet terwijl zij in gebed waren.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 3223] 

Soerah Al-‘Ala (De Allerhoogste) -87- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Verheerlijk de Naam van jou Heer, de Allerhoogste.
2. Degene Die
(alles) heeft Geschapen, en het (de schepping)
daarna Vervolmaakte.
3. En Degene Die heeft Bepaald
(de voorbestemming van alles) en vervolgens heeft Geleid (i.e. heeft de mens zowel de rechte weg als de foute wegen laten zien, en leidde de dieren naar hun voer).
4. Degene Die het weidegras doet uitkomen.
5. En het daarna droog en donker maakt
(stro).
6. Wij zullen jou (de Qor`aan) laten reciteren, en jij (O Mohammed) zal (het)
niet vergeten.
7. Behalve wat Allaah Wil. Hij Kent het openlijke en het verborgene.
8. En Wij zullen voor jou
(O Mohammed) de gemakkelijke weg (i.e. de uitvoering van vrome daden)
vergemakkelijken.
9. Vermaan daarom
(de mensen) als de vermaning (hun)
baat.
10. De vermaning wordt ontvangen door degene die
(Allaah)
vreest.
11. Maar de ellendige zal het vermijden.
12. Degene die het grote Vuur binnengaat.
13. Hij zal daar niet sterven
(zodat hij kan rusten) noch leven (een baatvol leven).
14. Waarlijk, degene die zichzelf reinigt (door het polytheïsme te vermijden en Islaamitisch Monotheïsme te accepteren)
zal succes vergaren,
15. En de Naam van zijn Heer gedenkt
(verheerlijkt) (niets naast Allaah aanbidt), en bidt (vijfdagelijkse verplichte gebeden en vrijwillige gebeden - Nawafil-).
16. Nee, jullie geven voorrang aan het leven van deze wereld.
17. Terwijl
(het leven van)
het Hiernamaals beter en blijvender is.
18. Voorwaar, dit staat zeker in de voorgaande Bladen-
19. De Bladen van Ibrahiem
(Abraham) en Moesaa (Mozes).

Soerah Al-Ghâashieyah (De Verrijzenis) -88- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Is het verhaal over de Verrijzenis (de Dag der Opstanding) bij jou gekomen?
2. Sommige gezichten zullen die Dag vernederd zijn
(in het Hellevuur, i.e. de gezichten van alle ongelovigen, de Joden en de Christenen).16
3. (Hard) werkend (in deze wereld voor de aanbidding van anderen naast Allaah), lijdend (van de foltering en de vernedering in het Hiernamaals).17 - Ibn Kethier-
4. Zij zullen het laaiende Hellevuur binnengaan.
5. Hen zal te drinken worden gegeven uit een kokende bron.
6. Er is voor hen daar geen voedsel behalve een giftige doornachtige plant.
7. Die niet verzadigt noch de honger stilt.
-Ibn Kethier-
8. (Andere)
gezichten zullen die Dag verheugd zijn.
9. Tevreden over hun streven
(en geloof in het ware geloof van Islaamitisch Monotheïsme, en voor de goede daden die zij in deze wereld verricht hebben).18
10. In een verheven Paradijs.
11. Zij zullen daar geen onzin nog verboden gepraat aantreffen.
12. Daarin zullen stromende bronnen zijn.
13. Daarin zullen verhoogde sofa’s zijn.
14. En klaargezette bekers.
15. En in rijen gezette kussens.
16. En uitgerolde tapijten.
17. Kijken zij dan niet naar de kamelen, hoe zij geschapen zijn?
18. En naar de hemel, hoe zij hoog geheven wordt?
19. En naar de bergen, hoe zij geheid
(en gegrondvest)
zijn?
20. En naar de aarde hoe zij is uitgespreid?
21. Waarschuw hen dus
(O Mohammed)!
Jij bent slechts een waarschuwer.
22. Jij hebt geen macht over hen.
23. Maar degene die zich afwendt en ongelovig is.19

24. Allaah zal hem straffen met de grootste bestraffing.
25. Waarlijk, tot Ons is hun terugkeer.
26. En waarlijk, aan Ons is hun afrekening.

16 Het is verplicht om in de Profeetschap van de Profeet (Mohammed ) te geloven. Op gezag van Aboe Hoerayrah: “Bij Diegene in Wiens Hand Mohammeds ziel ligt; er is niemand van de Joden en de Christenen (van de hedendaagse naties) die van mij hoort, daarna overlijdt en niet in datgene gelooft waarmee ik gestuurd ben (i.e. Islaamitisch Monotheïsme), alleen dat hij een van de bewoners van het (Helle) Vuur zal zijn!” (Sahieh Moslim, Het boek van Geloof).

17 Op gezag van ‘Abdoellaah (Ibn Mas’oed) : “De Profeet zei een woord en ik zei een ander woord. De Profeet zei : “Degene die overlijdt terwijl hij iets anders naast Allaah aanbidt (i.e.shirk, polytheïsme e.d) zal het (Helle) Vuur binnengaan!” En ik zei: ‘Degene die overlijdt terwijl hij niets anders naast Allaah aanbidt, zal het Paradijs binnengaan!’ [Sahieh Al- Boechaarie, Hadieth Nr. 4497]

18 (Voetnoot. 88:9) Zie de voetnoot van (Voetnoot. 18: 104).

19 (Voetnoot.88:23) Zie de voetnoot van (Voetnoot. 8: 39).

Soerah Al-Fajr (De Ochtendgloren) -89- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Bij de ochtendgloren.
2. Bij de tien nachten
(i.e. de eerste tien dagen van de Islaamitische maand Dhul-Hidja, of de laatste tien nachten van de maand Ramadaan)20 -As- Sa’die-.
3. Bij het even (de slachtdag op tien Dhul-Hidja) en het oneven (de dag van ‘Arafaat op negen Dhul-Hidja).21 -Ibn Kethier-
4. Bij de nacht wanneer hij voorbij gaat.
5. Is er in het zweren
(bij de tijden van aanbidding) niet genoeg bewijs voor de bezitter van verstand? -Ibn Kethier-
6. Heb jij niet vernomen hoe jou Heer met de (mensen van) ‘Aad heeft gehandeld?
7. De zonen van Iram (uit Jemen), die verschrikkelijk (groot en) sterk waren. - As-Sa’die-
8. Zoals nog nooit een stam is geschapen in de landen. -Ibn Kethier-
9. En (met) de (mensen van) Thamoed, die de rotsen uithieuwen in de vallei (om verblijfplaatsen te maken).22
10. En (met) Fir’auwn (Farao) en zijn machtige leger (of de bezitter van palen waaraan hij mensen bond om hen te folteren).
11. Die de grenzen (van ongehoorzaamheid)
overschreden in het land.
12. En daarin veelvuldig verderf zaaiden.
13. Waarna jou Heer verschillende soorten bestraffingen op hen neer deed dalen. 14. Waarlijk, jou Heer is Eeuwig Waakzaam
(over hen).
15. Wat de mens betreft, wanneer zijn Heer hem op de proef stelt door hem waardering en gunsten te geven, dan zegt hij (verheugd):
“Mijn Heer heeft mij geëerd!”
16. Maar wanneer Hij hem op de proef stelt door zijn levensvoorziening te beperken, dan zegt hij: “Mijn Heer heeft mij onteerd!”
17. Nee! Zelfs de weeskinderen behandelen jullie niet met tederheid en vrijgevigheid.
(i.e. jullie behandelen hen niet goed, nog geven jullie hen wat hun toebehoort desbetreffende het erfrecht).
18. En jullie sporen elkaar niet aan tot het voeden van de Miskien (armen en
behoeftigen). -Ibn Kethier-
19. En jullie slokken de erfenis (van de vrouwen, kinderen en zwakken) gulzig op. -Ash-Showkaanie-
20. En jullie adoreren het bezit met vereerde liefde.
21. Nee! Wanneer de aarde door schokking en beving wordt verpulverd.
22. En jouw Heer Komt, en de engelen rij aan rij.
23. En de Hel wordt op die Dag nader gebracht. Op die Dag zal de mens zich herinneren
(spijtbetuigen voor zijn ongeloof en slechte daden), maar hoe kan de herinnering hem (dan)
nog baten?
24. Hij zal zeggen: “Hoe jammerlijk! Had ik maar
(goede daden) verricht voor (dit)
mijn leven!”
25. Maar op die Dag straft niemand zoals Hij
(Allaah)
Straft.
26. En niemand ketend
(de ongelovigen en polytheïsten)
zoals Hij Ketend.
27.
(Tegen de vromen en oprechte gelovigen in Islaamitisch Monotheisme wordt gezegd): “O (volledig)
tot rust gekomen ziel!
28. “Keer terug tot jou Heer, in tevredenheid
(met jezelf) en welbehagenheid (bij Hem)!”
29. “Treed binnen onder Mijn (beloonde)
slaven.
30. “En treed
(met hen) binnen in Mijn Paradijs. -Ash-Showkaanie-

20 (Voetnoot.89:2) Op gezag van Ibn ‘Abbaas: De Profeet heeft gezegd: “Er zijn geen goede daden op andere dagen beter dan de daden die op deze (dagen) worden uitgevoerd (i.e. de eerste tien dagen van Dhul-Hijja).” De metgezellen van de Profeet zeiden: ‘Zelfs de djihaad niet?’ Hij antwoorde en zei: “Zelfs de djihaad niet, behalve die van een man die op weg gaat en zichzelf en zijn bezittingen omwille van Allaah in gevaar brengt en dan met niets van deze dingen terugkeert!” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 969].

21 (Voetnoot.89:3) ‘Even’ en ‘Oneven’ worden door verscheidende geleerden verschillend geinterpreteerd. Sommige van hen zeggen: ‘Even is de slachtdag van offerdieren, i.e. de 10e van Dhul-Hidja, en Oneven is de Dag van Arafaat (Hadj), i.e. de 9e van Dhul-Hidja. Anderen zeggen: ‘Even is de schepping en Oneven is Allaah. Sommigen zeggen dat Oneven het gezamenlijk verplichte nazonsondergang-gebed is (Al-Magrib, Witr), en dat Even de andere vier gebeden is (i.e.Fajr, Dhor, ‘Asr, ‘Ishaa- Shaf’).

22 (Voetnoot.89:9) “En jullie houwen met grote vaardigheid huizen uit in de bergen.” (De koran, Vers 26:149) 


Soerah Al-Balad (De Stad) -90- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Ik zweer bij deze stad (Mekkah);
2. En jij bent vrij (van zonde om de vijanden van de Islaam te bestraffen op de dag der overwinning -Fath Mekkah-)
in deze stad.23
3. En bij de vader (zoals Adam, maar ook elke andere verwekker van dieren, planten enz.) en bij wat hij verwekte (attendering op de geweldigheid van de verwekking en geboorte, en verwijzing naar de Macht, Wijsheid en Kennis van Allaah). -Ash-Showkaanie-
4. Waarlijk, Wij hebben de mens Geschapen op dat hij moeite zal verduren (in dit leven tot zijn dood, vervolgens in het graf, en dan in het Hiernamaals). - Ash-Showkaanie-
5. Denkt hij dat niemand macht over hem heeft?
6. Hij zegt
(pronkend):
“Ik heb veel bezit uitgegeven!”
7. Denkt hij dat niemand hem ziet?
8. Hebben Wij niet voor hem een paar ogen gemaakt?
9. En een tong en een paar lippen?
10. En hem de twee wegen
(goed en slecht)
doen kennen?
11. Maar toch heeft hij niet geprobeerd om de belemmering
(zoals de Satan en het volgen van zijn begeerten) voorbij te gaan (i.e. naar de weg die tot goedheid en succes leidt)
12. En wat doet jou weten wat de belemmering is?
13. (Het is) het vrijzetten van een nek (slaaf).
24
14. Of het geven van voedsel op een dag (tijd) dat er honger heerst. -As-Sa’die-
15. Aan een verwante wees.
16. Of aan een in het zand gekleefde
(uit ellende) Miskien (arme).
17. Dan is hij van de gelovigen (in Islaamitisch Monotheïsme) en degenen die elkaar aansporen tot geduld (in gehoorzaamheid aan Allaah e.d.) en barmhartigheid (tegen de dienaren van Allaah).
18. Zij zijn degenen van de rechterzijde (i.e. de bewoners van het Paradijs).
19. Maar degenen die niet geloven in Onze Ayaat (bewijzen, argumentatie, leringen, tekenen, verzen, openbaringen, ect.) zij zijn degenen van de linkerzijde (de bewoners van de Hel).
20.Het Vuur zal over hen heen gesloten worden (i.e. zij zullen volledig omhult zijn door het Vuur, zonder aanwezigheid van enige uitweg of venster of opening).
25

23 a) Op gezag van Ibn Abbaas: Op de dag van de overwinning op Mekkah zei de Boodschapper van Allaah: “Waarlijk, deze stad heeft Allaah gesanctificeerd, haar doornstruiken mogen niet omgehakt worden, en er mag niet op haar wild gejaagd worden (of haar wild mag niet van haar rustplek weggejaagd worden of beschadigd worden), en wat er gevonden wordt van voorwerpen mogen niet opgepakt worden, behalve door degene die dit publiekelijk bekendmaakt. [Sahieh Al-Boechaarie. Hadieth Nr. 1587] b) Zie de voetnoot van (Voetnoot. 2:191) 

24 Op gezag van Aboe Hoerayrah: de Profeet heeft gezegd: “Wie een moslim slaaf vrijzet, Allaah zal voor elk lichaamsdeel van hem (de slaaf) een van zijn lichaamsdelen van het (Helle) Vuur redden!” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 2517] 

25 (Voetnoot. 90:20) “Hun lot zal daarin zijn dat zij het vanuit diepe inademing zullen uitkrijsen en zij zullen daarin niets horen.” [De Qor`aan, Vers 21:100] Ibn Mas’oed reciteerde dit vers en zei: “Wanneer zij (degenen die voor de eeuwigheid tot de Hel verdoemd zijn ) het Hellevuur ingegooid worden, zal elk van hen in een aparte Taboet (kist) geplaatst worden, zodat zij niet de foltering van een ander dan alleen hunzelf kunnen aanschouwen, hierna reciteerde Ibn Mas’oed dit Vers (Voetnoot.21:100). [Tafsier Ibn Kethier, At-Tabarie en Al-Qortoebie].


Soerah Ash-Shams (De Zon) -91- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Bij de zon en haar licht.
2. Bij de maan wanneer zij haar
(de zon)
volgt.
3. Bij de dag wanneer hij verlicht
(de zon) (of hij de duisternis verdrijft).
4. Bij de nacht wanneer hij haar (de zon)
bedekt.
5. Bij de hemel en Wie haar gebouwd heeft.
6. Bij de aarde en Wie haar heeft uitgespreid.
7. Bij de Nafs
(Adam of een persoon of een ziel),
en Wie hem vervolmaakt heeft. 8. Daarna liet Hij hem weten wat goed en wat slecht voor hem is.
9. Waarlijk, hij die zichzelf zuivert zegeviert
(i.e. gehoorzaamt en alles verricht wat Allaah hem Geboden heeft, door het ware geloof van Islaamitisch Monotheïsme te volgen en door goede vruchtvolle daden te verrichten).
10. En waarlijk, hij die zichzelf bederft faalt (i.e. ongehoorzaam is aan wat Allaah hem Geboden heeft door het ware geloof van Islaamitisch Monotheïsme te weigeren, en door het polytheïsme te volgen, en door allerlei soorten van ellendige zonden te begaan).
11. (Het volk van) Thamoed loochenden (hun boodschapper) uit buitensporigheid (door de het ware Geloof in Islaamitisch Monotheïsme te ontkennen, of door het Polytheïsme te volgen, en allerlei zonden na te leven).
12. Toen de meest verachtelijke (genaamd Qadaar bin Saalif) onder hen opstond (om de vrouwtjeskameel te doden). -Al-Baghawie-
13. Waarop de Boodschapper van Allaah [Saalih] tegen hun zei: “Wees oplettend! (Vrees een slecht einde). Dat is de vrouwtjeskameel van Allaah! (Deer haar niet)
en belemmer haar niet om te drinken!”
14. Maar zij bedrogen hem en doodden haar
(i.e. Qadaar doodde haar en zij allen zwegen eenstemmend). Waarop hun Heer hen vernietigde wegens hun zonden, een vernietiging die hen allen overkwam (i.e. alle lagen van de bevolking, rijk en arm, sterk en zwak).
15. En Hij (Allaah) vreesde de gevolgen daarvan niet.

Soerah Al-Lail (De Nacht) -92- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Bij de nacht wanneer hij (het licht van de dag) bedekt.
2. Bij de dag wanneer zij in helderheid verschijnt.
3. Bij Hem Die de man en vrouw heeft Geschapen.
4. Waarlijk, jullie daden en streven zijn verscheiden
(verschillend in bedoeling en voornemen).
5. Wat betreft hij die geeft (voluntair)
en zijn verplichtingen tegenover Allaah nakomt en Hem vreest,
6. En gelooft in Al-Hoesna.26

7. Wij zullen de makkelijke weg (goedheid)
voor hem eenvoudig maken.
8. Maar wat betreft hij die vrekkerig is en zich verbeeld dat hij behoefteloos is.27

9. En Al-Hoesna loochent (zie voetnoot vers zes).
10. Wij zullen voor hem de weg van het slechte gemakkelijk maken.
11. En wat zal zijn bezit hem baten wanneer hij overlijdt
(en in de Hel valt)?
12. Voorwaar, het is aan Ons om leiding te geven.
13. En voorwaar, tot Ons behoort het laatste
(het Hiernamaals) en het eerste (deze wereld).
14. Daarvoor heb ik jullie voor een laaiend Vuur gewaarschuwd (de Hel).
15. Niemand behalve de meest verachtelijke zullen daar binnen gaan.
16. Degene die ontkent en zich afwendt.
17. En de Moettaqoen
(de vromen, oprechten en gehoorzamen) zullen daarvan (de Hel)
ver verwijderd blijven.
18. Degene die van zijn bezit geeft om zichzelf oprecht te reinigen.
19. En niet verwacht
(of koestert) dat iemand hem een gunst terug zal geven. 20. Behalve om de bezichting van zijn Heer, de Meest Verhevene, te zoeken (het kijken naar het Gezicht van Allaah in het Paradijs). -Ibn-Kethier-
21. En hij zal zeker tevreden zijn (wanneer hij het paradijs binnen gaat).

26 Al-Hoesna: Het beste (i.e. of La Illaha Illa Allaah: niets of niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve Allaah) of een beloning van Allaah (i.e. een compensatie gegeven door Allaah voor wat hij op de Weg van Allaah zal uitgeven, of de zegening van het Paradijs).

27 Op gezag van ‘Ali: Wij waren in vergezelling van de Profeet en hij zei: “Er is niemand van onder jullie alleen dat Allaah zijn plaats in het Paradijs of in de Hel al bepaald heeft! Wij zeiden: ‘O Boodschapper van Allaah! Moeten we daar dan niet gewoon op bouwen (i.e op dit feit, en geen vrome handelingen meer verrichten)? Hij zei: “Nee! Ga door met het doen van goede werken, want iedere ziel zal (het verrichten van) die daden die hem naar zijn voorbestemde plaats zullen leiden gemakkelijk vinden!” En daarna reciteerde de Profeet : “Wat betreft hij die geeft (voluntair) en zijn verplichtingen tegenover Allaah nakomt en Hem vreest, en gelooft in Al-Hoesna. Wij zullen de makkelijke weg (goedheid) voor hem eenvoudig maken…” (Voetnoot. 92: 5-10) [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 4947].

Soerah Ad-Doeha (De Ochtend- Na Zonsopgang) -93- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Bij de voormiddag (na zonsopgang).28
2. Bij de nacht wanneer hij invalt (en stil staat).
3. Jouw Heer (O Mohammed) heeft jou niet verlaten (sinds Hij jou heeft uitverkoren) nog haat Hij jou (sinds Hij jou lief heeft). -Al-Baghawie-
4. En het Hiernamaals is zeker beter voor jou dan het heden (het wereldse leven).
5. En voorzeker, zal jouw Heer jou (elk goeds) geven
zodat je tevredengesteld zult zijn.
6. Heeft Hij jou
(O Mohammed)
niet als wees gevonden en jou bescherming gegeven?
7. En heeft Hij jou
(niet) onwetend (over de Qor`aan, Zijn Wetgeving en het Profeetschap) gevonden en je leiding gegeven?
8. En Hij heeft jou (niet) arm gevonden en jou rijk gemaakt (behoefteloos en tevredengesteld)?
9. Behandel daarom de wees niet minachtend.
10. En wijs de bedelaar niet af.
11. En spreek over de Gunsten van jouw Heer
(i.e. het Profeetschap en alle andere gunsten).

28 a) Op gezag van Ibn Abie Lailah: ‘Niemand (van de metgezellen) behalve Oemm Haniê (de zus van ‘Ali ibn Abie Taalib) heeft tegen ons gezegd dat zij de Profeet het Doeha-gebed (het vrijwillige voormiddaggebed i.e.voor het Dhor gebed) heeft zien bidden. (Zij zei:) “Dat op de dag van de overwinning op Mekkah, de Profeet een bad in haar huis nam en acht Raka’at verrichtte. En (zij) zei: “Ik heb de Profeet nog nooit een lichter gebed zien bidden, toch maakte hij de neerbuigingen en neerknielingen volledig af.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 1103].

b) Op gezag van Aboe Hoerayrah: ‘Mijn vriend (de Profeet) heeft mij geadviseerd om drie dingen te onderhouden: (1) Elke maand drie dagen te vasten. (2) Twee Raka’ah Doehagebed te verrichten, en (3) Het Witr gebed voor het slapengaan te verrichten. [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 1981].


Soerah Ash-Sarh (De Verruiming) -94- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Hebben Wij jouw borst niet voor jou verruimd (O Mohammed)?
2. En jou last (fouten en zonden) van je weggenomen. -As-Sa’die, Al- Baghawie-
3. Die jouw rug zwaar belastte.
4. En hebben Wij jouw faam niet hoogverheven?
5. Voorwaar, er komt met elke moeilijkheid makkelijkheid.
6. Voorwaar, met elke moeilijkheid komt makkelijkheid
(i.e. er is maar één moeilijkheid in vergezelling van twee makkelijkheden, en één moeilijkheid kan niet twee makkelijkheden overtreffen).
7. Wanneer je (jouw taak)
volbracht hebt, wijd je dan aan de aanbidding van jouw Heer.
8. En naar jouw Heer
(alleen) keren (al jouw) intenties en verlangens.

Soerah At-Tiên (De Vijg) -95- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Bij de vijg, en de olijf.
2. Bij de Berg Sinaï.
3. Bij deze veilige stad
(Mekkah).
4. Waarlijk, Wij hebben de mens in de beste gestalte (postuur)
Geschapen.
5. Daarna doen Wij hem verminderen tot het laagste van het laagste
(ouderdom, of het Hellevuur).
6. Behalve degenen die geloven (in Islaamitische Monotheïsme) en vrome werken verrichten. Voor hen zal er een eindeloze beloning zijn (het Paradijs). 7. Wat (of wie) doet jullie (O ongelovigen)
de Vergelding loochenen?
8. Is Allaah niet de Beste der rechters?

Soerah Al-‘Alaq of Iqraa (De Klomp of Lees) -96- Deze Soerah is Mekkaans, en het eerste wat er van de Qor`aan is nedergezonden.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Lees! In de Naam van jouw Heer Die (al het bestaande) heeft Geschapen.
2. Hij heeft de mens van een klomp
(een stuk dik gestold bloed)
Geschapen.
3. Lees! En jouw Heer is de Meest Edele.
4. Degene Die
(het schrijven)
Onderwezen heeft met de pen.
5. Hij heeft de mens Onderwezen wat hij niet wist.
6. Nee! Waarlijk, de mens is buitensporig
(in ongeloof en slechte daden).
7. Omdat hij zichzelf behoefteloos waant.
8. Voorzeker, tot jouw Heer is de terugkeer.
9. Heb jij
(O Mohammed) hem (i.e. Aboe Jahl)
gezien die verbiedt.
10. Een slaaf
(Mohammed) wanneer hij bidt (de Salaah verricht)?
11. Vertel me, of hij (Mohammed) de Leiding (van Allaah)
volgt?
12. Of tot vroomheid aan zet
(tot oprechtheid en Tawheed)? -Al-Baghawie-
13. Vertel me, of hij (Aboe Jahl) (de waarheid, i.e. de Qor`aan)
ontkent en zich afkeert?
14. Weet hij niet dat Allaah ziet
(wat hij doet)?
15. Nee! Als hij (Aboe Jahl) niet stopt, dan zullen Wij hem bij zijn voorste lok grijpen.
16. Een leugenachtige, zondige voorste lok!
17. Laat hem dan zijn kameraden (en collega’s) roepen (voor hulp).
18. Wij zullen de bewakers (engelen) van de Hel roepen (om met hem af te rekenen)!
19. Nee! (O Mohammed) Gehoorzaam hem (Aboe Djahl) niet (door de Salaah te laten). Kniel neer, kom nader tot Allaah! [Neerknielings Vers!]


Soerah Al-Qadr (De Nacht der Beschikking) -97- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Voorwaar, Wij hebben hem (de Qor`aan) op de nacht (genaamd) Al-Qadr
(voorbeschikking) Neergezonden.29
2. En wat doet jou weten wat de nacht van Al-Qadr (voorbeschikking)
is?
3. De nacht van Al-Qadr
(voorbeschikking) is beter dan duizend nachten (i.e. de aanbidding van Allaah op deze nacht is beter dan Hem duizend andere nachten te aanbidden, i.e. 83 jaren en 4 maanden).
4. Waarin de engelen en de Roeh [Djiebriel (Gabriël)]
met Allaahs Permissie neerdalen met alle Beschikkingen,
5. Er heerst
(de hele nacht door) vrede (en Goedheid van Allaah voor Zijn gelovige slaven) tot aan het aan- breken van de dageraad (Al-Fajr).30

29 (Voetnoot. 97:1) “Daarin (die nacht) worden alle bepalingen afzonderlijk van elkaar beschikt.” [De koran, (Vers 44:4)] i.e., de beschikkingen van overlijdingen, geboorten, voorzieningen, rampen, ect. voor het hele (aankomende) jaar aan de hand van wat Allaah bepaalt heeft. 

30 (Voetnoot. 97:5) Op gezag van ‘Aisha: ‘De Boodschapper van Allaah heeft gezegd: “Zoek naar de nacht van Al-Qadr in de oneven nachten van de laatste tien nachten van Ramadaan.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 2017].

Soerah Al-Baiyyinah (Het duidelijke bewijs) -98- Deze Soerah is Medienees.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. De ongelovigen van onder de mensen van het Boek (de Joden en de Christenen) en Al-Moeshrikoen,31 zullen (hun ongeloof) niet verlaten totdat er duidelijk bewijs (de Qor`aan) naar hen toe komt.
2. Een Boodschapper (Mohammed) van Allaah, hij reciteert van Gezegende Bladen voor [Gezegend van Al-Baatil (vervalsing)].
3. Waarin rechtzinnige wetten en regels van Allaah staan.
4. En de mensen van het boek
(de Joden en de Christenen) verschilden niet van mening totdat er duidelijk bewijs tot hen kwam (i.e. de Profeet Mohammed en alles wat er aan hem is geopenbaard).
5. En hen werd niets anders opgedragen dan dat zij Allaah (alléén) zouden aanbidden, en niets anders dan Hem alléén zouden aanbidden (en de toeschrijving van partners aan Hem vermijden -Shirk-),
en de Salaah te verrichten en de Zakaah te geven, en dat is de oprechte religie.
6. Voorwaar, diegenen die ongelovig zijn
(in de religie van de Islaam, de Qor`aan, en de Profeet Mohammed) van onder de mensen van het Boek (de Joden en de Christenen) en de Moeshrikoen zullen voor eeuwig en altijd in het Hellevuur verblijven. Zij zijn degenen die de slechtste (bestemmingsplaats hebben van de) schepping (zijn).
32
7. Voorwaar, diegenen die geloven
[in de Eenheid van Allaah, en in Zijn Boodschapper (Mohammed) en in alle verplichtingen van de Islaam inbegrepen] en vrome werken verrichten, Zij zijn degenen die de beste (bestemmingsplaats hebben van de) schepping (zijn).
8. De beloning die zij van hun Heer zullen krijgen is; Tuinen van het ‘Adn (Eden) (Paradijs), waar onder- door rivieren stromen. Zij zullen daarin voor eeuwig en altijd verblijven, Allaahs Welbehagen is met hen, en zij zijn tevreden met Hem (Zijn Bepaling en Beschikking). Dit is (de beloning) voor degene die zijn Heer vreest. -Al-Baghawie-

31 (Voetnoot. 98:1) Al-Moeshrikoen: polytheïsten, heidenen, godenaanbidders en ongelovigen in de Eenheid van Allaah en Zijn Boodschapper Mohammed.

32 (Voetnoot. 98: 6) Het is een verplichting om in het Profeetschap van de Profeet (Mohammed) te geloven. Op gezag van Aboe Hoerayrah: “Bij Diegene in Wiens Hand Mohammeds ziel ligt; er is niemand van de Joden en de Christenen (van de hedendaagse naties) die van mij hoort, daarna overlijdt en niet in datgene gelooft waarmee ik gestuurd ben (i.e. Islaamitisch Monotheïsme), alleen dat hij een van de bewoners van het (Helle) Vuur zal zijn!” (Sahieh Moslim, Het boek van Geloof). Zie ook (V.3: 85) en (V.3: 116).

Soerah Az-Zalzalah (De Aardbeving) -99- Deze Soerah is Medienees.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Wanneer de aarde hevig wordt geschud door haar (laatste) aardbeving.
2. En wanneer de aarde haar last
(lijken e.d.) uitwerpt. -Al-Baghawie-
3. En de mens zal zeggen: “Wat gebeurt er met haar?”
4. Op die Dag zal zij (van alles) getuigen wat er op haar is uitgevoerd (van goed en slecht) -As-Sa’die en -Ibn Kethier-
5. Omdat jouw Heer het haar zal inspireren (en zal Bevelen te getuigen).
6. Op die Dag zullen de mensen in verschillende groepen terugkeren (na de Opstanding) zodat zij hun daden kunnen aanschouwen. -As-Sa’die-
7. Wie iets goeds doet ter grootte van een stofdeeltje (of een kleine mier) zal het dan zien.
8. En wie iets slechts doet ter grootte van een stofdeeltje (of een kleine mier) zal het dan zien.

Soerah Al-‘Aadiyaat (De Rennende) -100- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Bij de rennende (paarden), die hijgen.
2. Die
(met hun hoeven)
vonken slaan.
3. Die ‘s ochtendsvroeg
(de vijand)
aanvallen.
4. Die daarbij stof
(wolken)
opwerpen.
5. En dan in het midden van de linie
(van de vijand)
doordringen.
6. Voorwaar, de mens
(ongelovige)
is ondankbaar aan zijn Heer.
7. En daar is hij getuige van
(door zijn daden).
8. En voorwaar, hij heeft een enorme liefde voor bezit.
9. Weet hij dan niet dat, wanneer de inhoud van de graven naar buiten wordt gewerpt (de gehele mensheid tot Wederopstanding wordt gebracht).
10. En wanneer dat wat de borsten (van de mensheid)
bevat geopenbaard wordt.
11. Waarlijk, op die Dag
(i.e. de Dag der Opstanding) zal hun Heer Welgeinformeerd over hen zijn (over wat zij hebben gedaan in deze wereld en Hij zal hen voor hun daden belonen). -Ibn Kethier-

Soerah Al-Qari’ah (De Verschrikking) -101- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Al-Qari’ah (het Uur van Verschrikking i.e de Dag der Opstanding).
2. Wat is (het Uur van)
de Verschrikking?
3. En wat doet jou weten wat
(het Uur van)
de Verschrikking is?
4. Het is een Dag dat de mensen als verstrooide motten zullen zijn.
5. En de bergen als donzige wol zijn.
6. Wat betreft diegene van wie zijn weegschaal
(van goede daden)
zwaar is.
7. Hij zal een tevreden leven leiden
(in het Paradijs).
8. Maar wat betreft diegene van wie zijn weegschaal (van goede daden)
licht is.
9. Zijn thuis zal in Al-Haawiyah zijn
(de Put waarvan de diepte niet bekend is zo diep is hij i.e de Hel). -Al-Baghawie-
10. En wat doet jou weten wat het is?
11.
(Het is) een hevig laaiend Vuur!

 Soerah At-Takaathor (De verzameling van meer) -102- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. De verzameling van meer (wereldse bezittingen) houdt jullie bezig (van gehoorzaamheid aan jullie Heer). -At-Tabarie-
2. Totdat jullie de graven bezoeken (i.e. tot dat jullie sterven).
3. Nee! Jullie zullen het te weten komen!
4. Nogmaals, nee! Jullie zullen het te weten komen!
5. Nee! Als jullie maar met zekerheid wisten
(wat het uiteindelijke resultaat zal zijn, dan hadden jullie jezelf niet beziggehouden met de verzameling van deze wereldse zaken).
6. Voorwaar, jullie zullen het laaiende Vuur (de Hel)
zien!
7. Nogmaals, jullie zullen haar zeker met het blote oog zien!
8. Dan zullen jullie op die Dag ondervraagd worden over de gunsten33
(waarvoor jullie Hem dank betuigd hebben in de wereld)!

33 (Voetnoot. 102: 8) Op gezag van Aboe Hoerayrah: ‘Op een dag of en nacht toen de Profeet naar buiten ging en Aboe Bakr en ‘Omar tegen kwam zei hij: “Wat heeft jullie op dit tijdstip uit jullie huizen laten komen?” Zij antwoorden: ‘De honger, O Boodschapper van Allaah!’ Hij zei: “Bij Hem (Allaah) in Wiens Hand mijn ziel ligt! Dat wat jullie naar buiten heeft laten komen is ook de reden dat ik naar buiten ben gekomen.” Hij zei tegen hen (beide): “Kom mee!” Hij ging samen met hen naar een man van de Ansaar maar zij troffen hem thuis niet aan. De vrouw van de man zag de Profeet en zei: ‘Aangenaam, wees welkom!’ De Profeet zei tegen haar: “Waar is die en die?” Zij zei: ‘Hij is (zoet) water voor ons gaan halen.’ Op dat moment kwam de Ansaari man aan, en keek naar de Profeet en zijn twee metgezellen en zei daarna: ‘Alhamdoellillah (alle Lof en Glorificatie is aan Allaah); vandaag heeft niemand edelere gasten dan mij.’ Daarna ging hij weg en bracht een tros dadels waaraan overrijpe, rijpe en bijna rijpe dadelvruchten zaten, en zei: ‘Jullie kunnen hiervan eten.’ Hij pakte een mes (om een van zijn schapen voor hen te slachten) Waarop de Boodschapper van Allaah zei: “Pas op! Slacht geen melkschaap!” Maar hij slachtte (de melkschaap) voor hen (en bereidde een maaltijd voor hen voor). Zij aten van het schaap en de tros dadels en dronken (van het water). Nadat zij genoeg gegeten en gedronken hadden, zei de Profeet tegen Aboe Bakr en ‘Omar: “Bij Hem (Allaah) in Wiens Hand mijn ziel ligt! Jullie zullen ondervraagd worden over deze gunst op de Dag der Opstanding. De honger heeft jullie uit jullie huizen laten komen, en jullie keren niet terug (naar huis), eerdat deze gunst jullie bereikt heeft.” [Sahieh Moslim, Het Boek van het Eten, Hadieth Nr. 2038]. 


Soerah Al-‘Asr (De Tijd) -103- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Bij de tijd!
2. Voorwaar, de mens lijdt zeker verlies.
3. Behalve degenen die geloven
(in Islaamitisch Monotheïsme)
en goede oprechte daden verrichten en elkaar aansporen tot Waarheid [i.e. elkaar gebieden goede daden te verrichten (Al-Ma’roef) en te onthouden van allerlei soorten zonden en slechte daden (Al-Moenkar).], en elkaar aansporen tot geduld (voor het lijden, de zeer, en de wonden die iemand kan oplopen op het Pad van Allaah gedurende de verkondiging van Zijn religie of de djihaad).


Soerah Al-Hoemazah (De Belastering) -104- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Wee aan elke lasteraar en roddelaar.
2. Wie rijkdom verzamelt en het telt.
3. Hij denkt dat zijn rijkdom hem eeuwiglevend maakt.
4. Nee! Waarlijk, hij zal zeker in het Vernietigende Vuur geworpen worden.
5. En wat doet jou weten wat het Vernietigende Vuur is?
6. Het Vuur wat door Allaahs Bevel aangestoken is.
-Ash-Showkaanie-
7. Dat tot in de harten doordringt.
8. Voorwaar, het zal over hen heen gesloten worden,
9. Met uitgestoken pilaren
(waarmee ze gestraft worden in het Vuur). -At- Tabarie-

Soerah Al-Fiel (De Olifant) -105- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Heb jij (O Mohammed) niet vernomen over wat jou Heer met de bezitters van de olifanten heeft gedaan? [Het leger van de olifanten dat vanuit Jemen onder leiding van Abrahah Al-Ashram naar Mekkah wilde komen om de Ka’bah te verwoesten].
2. Heeft Hij hun plan niet doen falen?
3. En Hij heeft over hen zwermen vogels gezonden,
4. Die stenen van Siedjiel
(gebakken klei)
op hen wierpen.
5. Waardoor Hij hen als
(een leeg veld) tarwe maakte (waarvan de korrels zijn opgegeten door het vee).
34

34 (Voetnoot. 105:5) Het Verhaal van het Leger van de Olifanten (de Koran 105: 1-5) Dit incident heeft (in het kort) plaatsgevonden in de tijd van het geboortejaar van de Profeet. Abrahah Al-Ashram was de gouverneur van Jemen onder gezag van de koning van Ethiopie (Jemen was indertijd een gedeelte van het Ethiopische koninkrijk). Abrahah dacht er aan om een huis in San’aa te bouwen (net zoals de Ka’bah in Mekkah) en om daarheen de Hajj van de Arabieren te wenden, zodat alle handel en baten van Mekkah naar Jemen toe zouden komen. Hij droeg zijn idee aan de koning van Ethiopie voor, en deze was het met zijn idee eens. Zo werd het huis (kerk) gebouwd en het werd Al-Qollais genoemd, er was geen gelijksoortige kerk te vinden in die tijd. Alle Arabieren en in het speciaal de Qoraish-stam waren hier verschrikkelijk kwaad over. Eén van hen ging naar Jemen en betrad Al-Qollais in de nacht en deed daar zijn behoeften bekladde de muren ermee en ging weg. Toen Abrahah dit zag, kon hij zijn kwaadheid niet bedwingen en bracht een leger op de been om Mekkah te invaseren en de Ka’bah te vernietigen. Er waren in dat leger dertien olifanten waaronder een hele grote olifant genaamd Mahmoed. Het leger bewoog zichvoort, en er was geen van de Arabische stammen die de strijd met hen aanging of dat ze verslagen en vermoord werden, totdat zij dichtbij Mekkah aanstranden. Daarna vonden er een aantal onderhandelingen plaats tussen Abrahah Al-Ashram en het hoofd van Mekkah toentertijd (‘Abdoel-Moettalib bin Haashim, de opa van de Profeet). Waaruit voortvloeide dat Abrahah de ingenomen kamelen van Abdoel-Muttalib aan hem terug zou geven, en zelf zou beslissen over wat hij met de Ka’bah wilde gaan doen, omdat Abdoel- Moettalib niet de eigenaar van de Ka’bah is maar de Ka’bah zelf een eigenaar heeft (i.e. Allaah). Abdoel-Moettalib droeg de mannen op om de stad te evacueren en samen met hun vrouwen en kinderen de toppen van de bergen te beklimmen, omdat hij bang was dat het onderdrukkingsleger hen zou deren. Daarna bewoog het leger zich voort in de richting van Mekkah, en toen zij in het midden van de Moehassir vallei (tussen Moezdallifah en Mina) aankwamen, kwamen er plotseling vanuit de richting van de zee zwermen vogels (vleermuizen of iets dergelijks) aanvliegen die het leger vanuit de lucht aanvielen door elk drie kleine steentjes vanuit hun klauwen en bekken op hen te laten vallen. Er viel geen steen vanuit de lucht op een soldaat of het deed zijn vlees smelten en liet hem in stukken uitbarsten. Zij waren werkelijk met een plotselinge nederlaag overrompeld. Abrahah Al-Ashram probeerde te vluchten (terug naar Jemen) maar Allaah liet hem een plotselinge ziekte overkomen die zijn lichaamsdelen stukje voor stukje van hem af deed vallen totdat hij er als een kaalgeplukte kuiken uitzag en overleed nadat zijn hart en borstkast uit elkaarspatte. Dit was de sublieme overwinning van Allaah (de Allerhoogste, de Meest Krachtige Heerser) voor de mensen van Mekkah, en zo verdedigde Allaah Zijn Huis (de Ka’bah) tegen deze invasie. [Zie Tafsier Ibn Kethier, Soerah Al-Fiel]

Soerah Qoraish (Qoraish) -106- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. (Het is een grote Gunst en Bescherming van Allaah) voor de gewoonte van Qoraish.
2.
(En met Allaahs Gunst en Bescherming van hun gewoonte, zorgen Wij dat) de karafaan (van Qoraish) in veiligheid voort kan draven in de winter (naar het zuiden) en in de zomer (naar het noorden).
3. Laat hen daarom de Heer van dit huis (de Ka’bah in Mekkah)
aanbidden.
4.
(Degene) Die hen tegen honger voedt en hen beschermt tegen angst.

Soerah Al-Ma’oen (Het Keukengerei) -107- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Heb jij degene die de Vergelding loochent gezien?
2. Dat is degene die de wees wegduwt
(koudhartig van zijn rechten ontzegt)35 -Al-Baghawie-
3. En niet aanspoort tot het voeden van de Miskien (armen).
36
4. Dus wee de verrichters van de Salaah
(het gebed) (hypocrieten).
5. Diegenen die hun Salaah uitstellen (tot na hun vastgestelde tijden).
6. Degenen die alleen goede daden doen om gezien te worden (door de mensen).
7. En Al-Ma’oen (zoals een mes, een tijl, een pan etc., of kleine levensbehoefte zoals zout, suiker, water ect.) niet (aan anderen zoals buren enz) geven. -Al-Baghawie-

35 (Voetnoot. 107:2) Op gezag van Sahl bin Sa’d: de Profeet zei; “Ik en degene die een weeskind verzorgd en onderhoud zullen zo in het Paradijs zijn,” en het hij plakte zijn wijs- en middelvinger tegen elkaar aan. [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 6005].

36 (Voetnoot. 107:2) Op gezag van Aboe Hoerayrah: de Profeet zei: “Degene die een weduwe of een arm persoon onderhoud is als een Moejaahid (strijder) voor de zaak van Allaah, of als diegene die de hele nacht gebeden verricht en de hele dag vast.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 5353].

Soerah Al-Kauwthar (Een Rivier in het Paradijs) -108- Deze Soerah is Medienees.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Waarlijk, Wij hebben jou (O Mohammed) Al-Khauwthar (een rivier in het Paradijs) geschonken.37
2. Keer daarom naar jou Heer in gebed en slacht (offerdieren alleen voor Hem).
3. Voorzeker, zal degene die jou (O Mohammed) haat afgesneden worden (van nakomelingen en elk goeds in deze wereld en het Hiernamaals).
38

37 (Voetnoot.108:1) Op gezag van Anas ibn Maalik: ‘Toen er met de Profeet een hemelsreis werd gemaakt, zei hij (na zijn terugkomst): “Ik kwam langs een rivier (in het Paradijs) waarvan de banken van holle parelschelpen gemaakt waren. Ik vroeg aan Jibriel: “Wat is dit?” Hij antwoordde en zei: “Dit is de Kauthar.’ ” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 4964]. 

38 (V.108:3) Op gezag van Anas ibn Maalik: de Profeet heeft gezegd: “Niemand gelooft (volledig) totdat ik geliefder bij hem ben dan zijn vader, zijn zoon en alle mensen tezamen.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 15].


Soerah Al-Kaafiroen (De Ongelovigen) -109- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Zeg: (O Mohammed tegen deze Moeshrikoen en Kafiroen): “O jullie Kaafiroen (ongelovigen in Allaah, Zijn Engelen, Zijn Boeken, Zijn Boodschappers, in de Dag der Opstanding, en in Al-Qadr).
2. Ik aanbid niet wat jullie aanbidden.
3. Noch zullen jullie aanbidden wat ik aanbid.
4. En ik zal dat wat jullie aanbidden nooit aanbidden.
5. Noch zullen jullie aanbidden wat ik aanbid.
6. Voor jullie jullie religie en voor mij mijn religie.

Soerah An-Nasr (De Hulp) -110- Deze Soerah is Medienees.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Wanneer de Hulp van Allaah komt (voor jou, O Mohammed tegen jou vijanden) en de overwinning (op Mekkah).
2. En jij de mensen in grote groepen de religie van Allaah (Islaam)
ziet binnentreden.
3. Verheerlijk dan de Glorie van jouw Heer en vraag Hem om vergiffenis. Voorwaar, Hij is Degene Die het berouw Accepteert en Vergeeft.

Soerah Al-Masad (De Ochtendgloren) -111- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Verdoemd zijn de handen van Aboe Lahab (een oom van de Profeet) en verdoemd is hij.39
2. Zijn bezit en wat hij voortbracht (zijn kinderen)
zullen hem niet baten.
3. Hij zal verbrandt worden in een Vuur met laaiende vlammen.
4. En ook zijn vrouw, draagster van hout
(doornen die zij op de weg van de Profeet neerzette. Of zij belasterde hem met valse praat).40
5. Om haar nek is een touw van Masad (palmvezels) gewikkeld.41

39 Op gezag van Ibn ‘Abbaas: “Toen de Vers, “En waarschuw (O Mohammed) jouw naaste stam (familie) leden.” (V.26: 214) werd geopenbaard, ging de Profeet naar buiten. En toen hij bij de berg As-Safa aankwam, klom hij daar op en schreeuwde: ‘Yaa Sabaaha! De mensen zeiden: ‘Wie is dat?’ En zij verzamelden zich om hem heen. Vervolgens zei hij: “Als ik jullie bericht dat er aan de (andere) kant van deze berg (vijandelijke) ruiters in aankomst zijn, zouden jullie mij dan geloven?” Zij zeiden: ‘Ja (natuurlijk), wij hebben jou nog nooit op een leugen betrapt!’ Hij zei: “Voorwaar, ik ben een duidelijke waarschuwer voor jullie, er staat jullie een verschrikkelijke straf te wachten (als zij niet geloven in al datgene waarmee Allaah de Profeet  gestuurd heeft). Toen zei Aboe Lahab: ‘Moge jij ten gronde gaan (of vernietigd worden)! Heb jij ons alleen hiervoor bij elkaar geroepen.’ Hierna ging Aboe Lahab weg, waarop deze verzen geopenbaard werden: “Verdoemd zijn de handen van Aboe Lahab en verdoemd is hij…” (Voetnoot .111: 1). [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 4971].

40 (Voetnoot .111:4) “En ook zijn vrouw, draagster van hout” Moejaahid zei: ‘Draagster van hout’ betekent dat zij (de Profeet) belasterde, en rond ging met kwaadsprekerij en leugens.

41 (Voetnoot .111:5) “Om haar nek is een touw van Masad (palmvezels) gewikkeld, [i.e. de ketting die in het (Helle) Vuur zal zijn].” [Sahieh Al-Boechaarie, Het Boek van Interpretatie, H. 4]. [Imaam Al-Qortoebie zegt in zijn Tafsier van (V.17:45)]: ‘Op gezag van Sa’ied bin Joebair:Toen Soerah Al-Masad werd geopenbaard, zocht de vrouw van Aboe Lahab naar de Profeet terwijl hij naast Aboe Bakr zat. Aboe Bakr zei tegen de Profeet: ‘Ik wens dat jij op zij gaat (of weggaat) wanneer zij naar ons toekomt, want zij kan je misschien deren.’ De Profeet zei: “Er zal een afscherming tussen mij en haar zijn.’ Zodat zij hem niet zou zien. Zij zei tegen Aboe Bakr: ‘Jouw compagnon zegt gedichten over mij.’ Aboe Bakr zei: ‘Bij Allaah hij dicht niet.’ Zij zei: ‘Geloof jij dat,’ en toen liep zij weg. Aboe Bakr zei: ‘O Boodschapper van Allaah! Zij zag jou niet.’ De Profeet zei: “Een engel schermde mij van haar af.” [Deze Hadieth staat vermeld in Moesnad Aboe Ya’la].

Soerah Al-Ichlaas of At-Tauwhied (De Zuiverheid of de Eenheid) -112- Deze Soerah is Mekkaans.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Zeg (O Mohammed): “ Hij is Allaah, (de) Enige.
2. Allaahoes-Samad
[Allaah- de Onafhankelijke
Meester, Die alle schepselen nodig hebben].
3. “Hij heeft niet verwekt, noch is Hij verwekt.42
4. “En er is niemand (of niets) gelijkwaardig aan Hem of vergelijkbaar met Hem.”

42 (Voetnoot.112:3) 1e) Op gezag van Moe’aadh bin Jebel: ‘de Profeet zei: “O Moe’aadh! Weet jij wat Allaahs Recht over Zijn slaven is?” Ik zei: ‘Allaah en Zijn Boodschapper weten dat beter!’ De Profeet zei: “Dat zij Hem (Allaah) alleen aanbidden en niets met Hem vereenzelvigen in de aanbidding tot Hem!” (En toen zei de Profeet) “Weet jij wat hun recht over Hem is?” Ik antwoordde: ‘Allaah en Zijn Boodschapper weten dat beter!’ De Profeet zei: “Hen niet te straffen (als zij hiernaar handelen).” [Sahieh Al- Boechaarie, Hadieth Nr. 7373].

2e) Op gezag van Aboe Sa’ied Al-Khoedrie: ‘Een man hoorde een andere man herhaaldelijk
“Zeg (O Mohammed): “ Hij is Allaah, (de) Enige” (112:1) reciteren. Toen het ‘s ochtends werd ging hij naar de Profeet en lichtte hem (over dit voorgeval) in, terwijl het was alsof hij de recitatie van deze Soerah opzich niet genoeg vond. De Boodschapper van Allaah zei: “Bij Hem (Allaah) in Wiens Hand mijn ziel ligt, voorwaar, deze Soerah is gelijk aan eenderde van de Qor`aan!”
[Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 7374].

3e) Op gezag van ‘Aishah: ‘De Profeet zond (een legerunit) onder leiding van een man die voor zijn metgezellen reciteerde in het gebed, en gewend was om te eindigen met (Soerah 112): “Zeg (O Mohammed): “ Hij is Allaah, (de) Enige” (112:1) Toen zij terugkwamen (van de veldslag) melden zij dit aan de Profeet. Hij zei (tegen hen): “Vraag hem wat de reden is dat hij dat doet?” Zij vroegen hem en hij zei, ‘Ik doe dit omdat deze Soerah de Eigenschappen van de Meest Barmhartige (Allaah) vermeld, en ik houd ervan om deze Soerah te lezen (in gebed).’ De Profeet zei (tegen hen): “Zeg tegen hem dat Allaah van hem Houdt.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 7375].


Soerah Al-Falaq (De Ochtendglorie) -113- Deze Soerah is Medienees.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Zeg: “Ik zoek toevlucht bij de Heer der ochtendglorie,
2. “Tegen het kwaad dat zich bevindt in de schepping die Hij heeft Geschapen,
3. “En tegen het kwaad van de duisternis
(de nacht) wanneer hij aanbreekt (of de maan als hij komt of gaat).
4. “En tegen het kwaad van degenen die zwarte magie uitvoeren wanneer zij op knopen blazen,
5. “En tegen het kwaad van de afgunstige
(het boze oog) wanneer hij afgunstig is.”

Soerah An-Naas (De Mensheid) -114- Deze Soerah is Medienees.

In de Naam van Allaah, de Barmhartigste, de Genadevolste.

1. Zeg: “Ik zoek toevlucht bij (Allaah) de Heer der mensen.
2. “De Koning der mensen.43
3. “De Ilaah
(God)
der mensen.
4. “Tegen het kwaad van de influisteraar
(de duivel die kwaad in de harten van de mensen influistert) die wegsluipt (van het influisteren in iemands hart wanneer hij Allaah gedenkt).
44
5. “Degene die in de borsten (harten) van de mensen influistert.

6. Van de djinn en de mensen.”

43 Op gezag van Aboe Hoerayrah: ’De Boodschapper van Allaah heeft gezegd: “Op de Dag der Opstanding zal Allaah de gehele Aarde met Zijn Hand Grijpen en de hemel met Zijn Rechter (Hand) opvouwen en zeggen, “Ik ben de Koning, waar zijn de koningen van de aarde?” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 7382].

44 De Uitspraak van Allaah : “De Koning der mensen.” Op gezag van Aboe Hoerayrah : ’De Boodschapper van Allaah heeft gezegd: “Het (Helle) Vuur is omringd door tal van soorten lusten en begeerten, terwijl het Paradijs omringd is door tal van onaangename en onprettige dingen.” [Sahieh Al-Boechaarie, Hadieth Nr. 6487].

Ongecontroleerde lusten en dierlijke begeerten leiden tot het Hellevuur terwijl zelf-controle, beheersing, kuisheid en alle andere vrome daden, en gehoorzaamheid aan Allaah en Zijn Boodschapper naar het Paradijs leiden. Wat er naar de Hel leidt is gemakkelijk te verwezenlijken, terwijl dat wat er naar het Paradijs leidt moeilijk te verwezenlijken is.


0 reacties:

Een reactie plaatsen